Het beste kattenvoer vinden lijkt onmogelijk als je in de dierenwinkel staat, omringd door tientallen zakken en blikjes. “Graanvrij!”, “100% natuurlijk!”, “Veterinair aanbevolen!” – de verpakkingen schreeuwen om aandacht. Maar welk kattenvoer is nu écht goed voor jouw kat? En hoe weet je of het dure droogvoer of natvoer beter is dan het huismerk?
Als kattenouder wil je alleen het beste voor jouw kat of kitten. Toch is de waarheid ongemakkelijk: de meeste informatie op verpakkingen is pure marketing. Fabrikanten weten precies welke woorden ons aanspreken, maar die woorden zeggen vaak weinig over de werkelijke voedingswaarde.
In deze gids ontdek je hoe je zelf de kwaliteit van kattenvoer kunt beoordelen. Je leert etiketten lezen zoals een voedingsexpert, begrijpt waarom orgaanvlees zo belangrijk is en krijgt concrete handvatten om de juiste keuze te maken. Omdat jouw kat het verdient om gevoed te worden zoals de natuur het bedoelde.
Inhoudsopgave
Dit moet je weten
- Katten zijn obligate carnivoren – ze kunnen uitsluitend overleven op dierlijk weefsel, in tegenstelling tot honden die deels planten kunnen verteren
- Orgaanvlees is onmisbaar – lever, hart en nieren leveren cruciale vitamines en mineralen die spiervlees niet bevat
- Droogvoer bevat slechts 10% vocht – terwijl een natuurlijke prooi 70-75% vocht bevat, wat het risico op nierproblemen verhoogt bij katten die uitsluitend droogvoer eten
- “Vers vlees” in droogvoer is misleidend – door het productieproces blijft er van 25% vers vlees vaak maar 5-8% over in het eindproduct
- Transparantie is de beste kwaliteitsindicator – merken die exact vermelden welke organen ze gebruiken en in welk percentage, bieden doorgaans superieure kwaliteit
Waarom jouw kat geen gewoon huisdier is: de obligate carnivoor
Om te begrijpen wat goed kattenvoer is, moeten we eerst snappen wat een kat werkelijk is. De huiskat (Felis catus) en vele andere kattenrassen lijken dan wel volledig geïntegreerd in ons gezinsleven, maar haar lichaam is vrijwel identiek gebleven aan dat van haar wilde voorouder, de Afrikaanse wilde kat.
Jouw kat is een obligate carnivoor. Dat betekent letterlijk: een dier dat verplicht vlees moet eten om te overleven. Niet als voorkeur, maar als absolute biologische noodzaak. Waar de hond gedurende duizenden jaren domesticatie bepaalde aanpassingen heeft ontwikkeld om zetmeel te verteren, vertoont het genoom van de kat nog steeds de metabole paden van een puur roofdier.
Wat maakt de stofwisseling van katten zo bijzonder?
De lever van jouw kat staat permanent in de “eiwitverbrandingsmodus”. Bij een mens of hond passen de leverenzymen zich aan: eet je weinig eiwit, dan spaart je lichaam het. Bij katten staan deze enzymen continu aan. Ze hebben een constante, hoge stroom van aminozuren (de bouwstenen van eiwitten) nodig om hun bloedsuikerspiegel op peil te houden.
Het gevolg? Als de voeding onvoldoende hoogwaardige dierlijke eiwitten levert, breekt het kattenlichaam zijn eigen spierweefsel af om aan deze behoefte te voldoen. Dit verklaart waarom katten die langdurig ondermaats of plantaardig worden gevoed spiermassa verliezen, zelfs als ze voldoende calorieën binnenkrijgen.
Essentiële nutriënten die katten niet zelf kunnen maken
De evolutie heeft ervoor gezorgd dat katten bepaalde stoffen niet zelf kunnen produceren. Dit is cruciaal voor het begrijpen waarom orgaanvlees voor katten zo belangrijk is:
Vitamine A (retinol): De meeste zoogdieren, inclusief mensen, kunnen bètacaroteen uit wortels en groenten omzetten naar vitamine A. Katten missen het enzym hiervoor. Ze zijn volledig afhankelijk van voorgevormde vitamine A, dat uitsluitend in dierlijk weefsel voorkomt, met name in lever.
Taurine: Dit aminozuur is essentieel voor hartfunctie, gezichtsvermogen en voortplanting. De meeste dieren maken taurine zelf aan, maar de enzymatische activiteit hiervoor is bij katten te laag. Een tekort leidt tot gedilateerde cardiomyopathie (een ernstige hartaandoening) en blindheid. Hart is de rijkste natuurlijke bron van taurine.
Arachidonzuur: Dit omega-6 vetzuur kan de kat niet effectief omzetten vanuit plantaardig linolzuur. Dierlijk vet is de enige betrouwbare bron.
Meer weten: Orgaanvlees: gezond voor jouw kat, beter voor de planeet
De structuur van een natuurlijke prooi: waarom orgaanvlees onmisbaar is
Biologisch passende voeding probeert de nutritionele samenstelling van een natuurlijke prooi na te bootsen. Denk aan een muis of kleine vogel. Zo’n prooidier bestaat niet alleen uit spiervlees, het bevat botten, organen, huid, vacht en een kleine hoeveelheid maaginhoud.
De organen fungeren als de “nutriëntenkluis” van de prooi. Waar spiervlees voornamelijk eiwitten en fosfor levert, leveren de organen de cruciale vitamines en spoorelementen. Een dieet dat uitsluitend uit spiervlees bestaat, bijvoorbeeld alleen kipfilet, leidt binnen enkele weken tot ernstige deficiënties en botontkalking door een verstoorde calcium-fosforbalans.
Lever: de vitamine-krachtcentrale
Lever wordt universeel erkend als het meest nutriëntendichte orgaan. Het is de primaire opslagplaats voor vetoplosbare vitamines (A, D, E, K) en wateroplosbare B-vitamines, met name B12 en foliumzuur. Daarnaast is lever rijk aan biologisch beschikbaar ijzer, koper en zink.
De balans is cruciaal: Vanwege de extreem hoge concentratie aan vitamine A moet lever met precisie gevoerd worden. Een overmaat kan leiden tot hypervitaminose A, wat zich uit in botwoekeringen en pijnlijke gewrichten. In biologisch passend kattenvoer wordt gestreefd naar een leverpercentage van ongeveer 5%, dit bootst de verhouding in een prooidier na.
Hart: het taurine wonder
Nutritioneel gezien bevindt het hart zich in een grijs gebied tussen orgaan en spiervlees. Anatomisch is het een spier, maar metabolisch is het veel actiever dan skeletspierweefsel.
Hart bevat de hoogste concentraties taurine van alle weefsels in het lichaam. Voor de kat is dit van levensbelang ter preventie van gedilateerde cardiomyopathie (DCM), dit is een aandoening waarbij de hartspier verslapt en niet meer effectief kan pompen. Daarnaast is hart rijk aan Co-enzym Q10, essentieel voor energieproductie in de cellen.
Premium natvoermerken zoals Terra Felis gebruiken tot 38% hart in hun recepten, een bewuste keuze om taurine op natuurlijke wijze te leveren in plaats van synthetisch toe te voegen.
Nieren: selenium en B-vitamines
Nieren spelen een complementaire rol naast de lever. Ze zijn rijk aan selenium (een krachtige antioxidant) en diverse B-vitamines.
Er bestaat een hardnekkige mythe dat nieren en levers “vol zitten met gifstoffen” omdat het filterorganen zijn. Dit is onjuist: fysiologisch gezien filteren deze organen toxines uit het bloed om ze uit te scheiden via urine of gal, ze slaan toxines niet op. Bij gebruik van ingrediënten van menselijke consumptiekwaliteit is dit risico verwaarloosbaar. De nutritionele voordelen wegen ruimschoots op tegen hypothetische risico’s.
Overzicht: wat elk orgaan bijdraagt
| Orgaan | Primaire nutriënten | Functie voor de kat | Ideaal percentage |
|---|---|---|---|
| Lever | Vitamine A, koper, ijzer, B12 | Zicht, immuunsysteem, bloedaanmaak | Circa 5% |
| Hart | Taurine, CoQ10, collageen | Hartgezondheid, energie, gewrichten | 10-40% (als spiervlees) |
| Nier | Selenium, B-vitamines | Antioxidant bescherming, metabolisme | Circa 5% |
| Long | Mineralen, bindweefsel | Structuur, mineralenbalans | 5-10% |
Zo lees je een kattenvoer etiket als een expert
De kattenvoeding-industrie hanteert complexe etiketteringsregels die vaak verwarrend zijn voor consumenten. Om écht te weten wat je koopt, moet je door de marketing heen kijken. Hier zijn de belangrijkste valkuilen en hoe je ze herkent.
De “vers vlees” valkuil in droogvoer
Een veelgebruikte tactiek is het vermelden van “vers vlees” als eerste ingrediënt op een zak droogvoer. Klinkt geweldig, toch?
Hier zit het addertje: Ingrediënten worden op het etiket gerangschikt op basis van gewicht vóór het productieproces. Vers vlees bestaat voor ongeveer 70-75% uit water. Tijdens het extrusieproces (verhitting tot brokken) verdampt vrijwel al dit water.
Stel dat een brok “25% verse kip” en “20% rijst” bevat. Na droging blijft er van die 25% kip nog maar ongeveer 5-8% droge eiwitstof over. De rijst, die al droog wordt toegevoegd, blijft 20%. In het eindproduct is rijst dus het hoofdingrediënt, ondanks dat kip als eerste wordt genoemd.
Tip: “Kippenmeel” of “gedroogde kip” in droogvoer is vaak een eerlijkere indicator van het werkelijke eiwitgehalte. Dit is namelijk al gedroogd voordat het wordt gewogen.
Ingrediëntensplitsing: de verborgen koolhydraten
Fabrikanten willen voorkomen dat koolhydraatbronnen als eerste ingrediënt op de lijst komen. De commerciële marketingoplossing is splitsen.
In plaats van één keer “Maïs (40%)” te noteren, splitst men dit op in: “Maïsmeel (15%), maïsgluten (15%) en maïsgries (10%)”. Doordat elk afzonderlijk maïsderivaat lichter is, zakken ze op de ingrediëntenlijst naar beneden, onder het vlees.
Visueel lijkt het voer vleesrijk, maar de som der delen (40% maïs) overtreft het vleesgehalte. Let hierop bij erwten, aardappelen en andere koolhydraatbronnen die in “graanvrije” voedingen worden gebruikt.
Wat betekenen de termen op het etiket?
| Term op etiket | Betekenis | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| “Met kip” | Bevat minimaal 4% kip | Vaak misleidend laag gehalte |
| “Rijk aan kip” | Bevat minimaal 14% kip | Beter, maar nog geen hoofdmoot |
| “Kip menu/diner” | Bevat minimaal 26% kip | Komt in de buurt van kwaliteit |
| “Verse kip” (droogvoer) | Inclusief 70% water | Reken om naar ⅓ voor werkelijk aandeel |
| “Dierlijke bijproducten” | Organen, karkas, etc. | Bij goedkoop voer vaag, bij premium gespecificeerd |
Ruwe as: geen reden tot paniek
Op de analytische bestanddelenlijst staat altijd “ruwe as” of “crude ash”. Dit jaagt veel kattenouders schrik aan, maar ten onrechte.
Wat het werkelijk is: Ruwe as is de anorganische reststof die overblijft als je het voer volledig zou verbranden. Het representeert het totale gehalte aan mineralen zoals calcium, fosfor, magnesium en zink. Een kat heeft deze mineralen nodig voor botstructuur en zenuwfunctie.
Een asgehalte van circa 2% in natvoer of 6-8% in droogvoer is normaal en noodzakelijk. In het verleden werd gedacht dat hoog asgehalte direct leidde tot blaasproblemen, maar modern onderzoek toont aan dat de pH-waarde van de urine en de specifieke balans tussen magnesium en fosfor veel belangrijker zijn.
Leestip: Kattenvoer etiketten lezen als een Pro: zo herken je kwaliteit
Droogvoer versus natvoer: de vochtdiscussie
Dit is misschien wel het belangrijkste punt om te begrijpen bij het kiezen van het beste kattenvoer. De kat is evolutionair een woestijndier met een lage dorstprikkel. Ze is ontworpen om vocht uit haar prooi te halen, niet om grote hoeveelheden water te drinken.
De cijfers:
- Een natuurlijke prooi bevat 70-75% vocht
- Droogvoer bevat circa 10% vocht
- Natvoer bevat doorgaans 78-82% vocht
Een kat die uitsluitend droogvoer eet, compenseert het vochttekort zelden volledig via drinkwater. Dit leidt tot chronische milde dehydratie, een primaire risicofactor voor chronische nierziekte (CKD) en blaasgruis. Onderzoek wijst uit dat nierziekte een van de meest voorkomende doodsoorzaken bij oudere katten is.
Leestip: Blaasproblemen bij katten voorkomen
Waarom droogvoer altijd koolhydraten bevat
Om een kattenbrok te maken is zetmeel nodig voor de structuur. Zelfs in “graanvrij” droogvoer worden aardappelen, erwten of tapioca gebruikt. Dit verhoogt de koolhydraat inname ver boven de minder dan 5% die een kat in het wild zou consumeren.
Betekent dit dat je geen droogvoer mag geven? Neen want er zijn altijd situaties waarin droogvoer praktischer is, denk aan warme dagen waarop natvoer snel bederft, of als aanvulling op een dieet dat voornamelijk uit natvoer bestaat. Kies dan wel voor droogvoer met een hoog vleesgehalte en minimale koolhydraten, zoals ons Fijnproevers droogvoer dat speciaal is ontwikkeld voor veeleisende katten.
Meer weten: Mixed feeding bij katten: voordelen van nat- en droogvoer combineren
Waar moet je op letten bij het kiezen van kattenvoer?
Nu je begrijpt wat een kat biologisch nodig heeft, kun je weloverwogen keuzes maken. Hier zijn de belangrijkste criteria:
1. Transparantie in de ingrediëntenlijst
Het verschil tussen premium en budget kattenvoer zit vaak niet alleen in de ingrediënten zelf, maar in hoeveel de fabrikant erover vertelt.
Zoek naar:
- Specifieke percentages per ingrediënt (niet alleen totaal vleespercentage)
- Exacte benamingen: “runderhart 38%” in plaats van “vlees en dierlijke bijproducten”
- Informatie over de herkomst van ingrediënten
- Duidelijke vermelding van welke organen zijn gebruikt
Een merk dat openlijk communiceert over 5% lever of 38% hart, begrijpt de fysiologie van de kat en durft daar transparant over te zijn.
2. De juiste verhouding van orgaanvlees
Controleer of het voer de volgende elementen bevat:
- Lever (liefst rond 5% voor optimale vitamine A zonder risico op overdosis)
- Hart (voor natuurlijke taurine)
- Een combinatie van verschillende eiwitbronnen
Voeding die uitsluitend leunt op “spiervlees” of “karkas” mist de nutritionele compleetheid die orgaanvlees biedt.
3. Minimale plantaardige vulstoffen
Hoe lager het gehalte aan granen, aardappelen, erwten en andere koolhydraat bronnen, hoe biologisch passender de voeding. Let op ingrediëntensplitsing (zie hierboven) en tel alle plantaardige bronnen bij elkaar op.
4. Vochtgehalte
Geef de voorkeur aan natvoer als hoofdvoeding. Als je ook droogvoer geeft zorg dan altijd voor voldoende waterbronnen en overweeg het droogvoer te weken of aan te vullen met natvoer. Ons assortiment bevat gezond natvoer dat speciaal is samengesteld voor katten die alleen het beste verdienen.
5. Kwaliteitsaanduidingen
Let op termen als “human grade” (geschikt voor menselijke consumptie), dit garandeert een hogere kwaliteit dan de wettelijke minimumnorm voor diervoeding.
6. Voorbeelden van transparante merken
Hoe ziet biologisch passende voeding er in de praktijk uit?
Terra Felis vermeldt exact welke organen ze gebruiken: 38% hart, 10% long, 5% lever. Die transparantie maakt het makkelijk om de kwaliteit te beoordelen. Lees onze uitgebreide Terra Felis review.
Ook Lily’s Kitchen scoort goed met biologische ingrediënten en duidelijke etiketten, al zijn ze iets minder specifiek in de orgaan-percentages. Lees onze uitgebreide Lily’s Kitchen review.
Veranderen naar beter kattenvoer: doe het rustig aan
Heb je besloten om je kat over te zetten naar het beste kattenvoer? Dan is geduld de sleutel. Een abrupte wissel wordt sterk afgeraden.
Waarom een geleidelijke overgang?
Een kat die jarenlang droogvoer met veel plantaardige koolhydraten heeft gegeten, heeft een darmflora die daarop is ingesteld. Wanneer deze kat plotseling voeding krijgt met veel vet en hoogwaardige dierlijke eiwitten, kunnen de darmen dit niet direct verwerken. Het resultaat: dunne ontlasting of diarree.
Bovendien zijn katten van nature neofoob, bang voor nieuw voedsel. Dit is een overlevingsmechanisme dat in de natuur beschermt tegen giftige planten of bedorven voedsel.
Het ideale transitieschema
- Dag 1-3: 75% oud voer + 25% nieuw voer
- Dag 4-6: 50% oud voer + 50% nieuw voer
- Dag 7-9: 25% oud voer + 75% nieuw voer
- Dag 10+: 100% nieuw voer
Bij gevoelige katten kan dit schema worden uitgerekend over 2 tot 3 weken. Let op de ontlasting: wordt deze dun, doe dan een stap terug in het schema.
Hulpmiddelen voor een soepele overgang naar het beste kattenvoer
Pompoenpuree: Een theelepel gekookte, ongezouten pompoenpuree per maaltijd werkt als een natuurlijke regulator. De oplosbare vezels absorberen overtollig vocht (helpt tegen diarree) én reguleren de darmtransit (helpt tegen verstopping).
Probiotica: Specifieke bacteriestammen helpen het darmmicrobioom te stabiliseren. FortiFlora Feline Probiotica is hiervoor een geschikt supplement voor katten en door dierenartsen aanbevolen.
Waar kan je onmiddellijk mee starten:
- Draai het etiket om – Negeer de voorkant en bekijk de ingrediëntenlijst. Tel de plantaardige ingrediënten bij elkaar op en kijk of er specifieke organen worden genoemd met percentages.
- Verhoog het vochtgehalte – Vervang één droogvoer maaltijd per dag door natvoer, of week de brokken in water of ongezouten bouillon. Zet meerdere waterbakken neer op verschillende plekken.
- Kies voor transparantie – Geef de voorkeur aan merken die exact vermelden welke organen ze gebruiken en in welk percentage. Als een fabrikant dit verbergt, is er meestal een reden voor.
- Start langzaam met de transitie – Gebruik het transitieschema hierboven en heb geduld. Het kan 2-3 weken duren voordat je kat volledig is overgeschakeld.
- Raadpleeg je dierenarts bij twijfel – Bij specifieke gezondheidsklachten of als je kat langdurig weigert te eten, is professioneel advies altijd verstandig.
Conclusie: het beste kattenvoer voor jouw kat of kitten
De zoektocht naar het beste kattenvoer hoeft niet overweldigend te zijn zodra je begrijpt wat een kat biologisch nodig heeft. De natuurlijke prooi blijft de standaard: hoog vochtgehalte, duidelijk gespecificeerd orgaanvlees en minimale plantaardige vulstoffen.
In de praktijk betekent dit: kies voor natvoer als hoofdvoeding, let op transparantie in ingrediëntenlijsten, en zorg ervoor dat lever en hart onderdeel zijn van het menu. Als droogvoer noodzakelijk is om praktische of budgettaire redenen, kies dan voor droogvoer varianten met het hoogste vleesgehalte en besteed extra aandacht aan de vochtinname van je kat.
Vergeet niet: elke stap in de richting van biologisch passender voeding is een stap in de goede richting. Je hoeft niet van de ene op de andere dag perfect te voeren. Begin met één verandering, kijk hoe je kat reageert, en bouw van daaruit verder.
Lees meer over: Biologisch passend kattenvoer: wat jouw kat écht nodig heeft voor een gezond leven
Want uiteindelijk draait alles om één ding: jouw kat zo lang en gezond mogelijk laten leven. En dat begint bij wat er in de voerbak belandt.
Disclaimer: Dit artikel is geschreven met de intentie om kattenouders te informeren over biologisch passende voeding. Lucky Cookie is een commerciële aanbieder van kattenvoeding en heeft belang bij de verkoop van de genoemde producten. Bij medische vragen of zorgen over de gezondheid van je kat, raadpleeg altijd een dierenarts.
Bronnen: Dit artikel is gebaseerd op veterinaire voedingswetenschap en 2025 FEDIAF-richtlijnen (Fédération Européenne de l’Industrie des Aliments pour Animaux Familiers). Voor specifieke productanalyses zijn de officiële ingrediëntenlijsten van de genoemde merken geraadpleegd.
