Jij winkelt, wij doneren 10% aan katten in nood

Bestel vóór 15:00, vandaag verzonden

Gratis verzending* vanaf €50 (BE) & €75 (NL)

Dierlijke bijproducten in kattenvoer

Wat zijn dierlijke bijproducten in kattenvoer? Veilig, soms voedzaam, vaak onzichtbaar

In het kort: Dierlijke bijproducten is een wettelijke verzamelterm voor alle dierlijke weefsels die niet als spiervlees worden verkocht voor menselijke consumptie. In Europees kattenvoer vallen ze altijd onder categorie 3 – materiaal van gezonde, gekeurde dieren die veilig zijn voor diervoeder. Binnen die veilige categorie bestaat een enorm kwaliteitsverschil: van voedzame organen zoals hart en lever (rijk aan taurine, ijzer en vitaminen) tot laagwaardige delen zoals veren en hoeven (nauwelijks verteerbaar). Het probleem is niet dat bijproducten gevaarlijk zijn, maar dat de term “vlees en dierlijke bijproducten” op een etiket niet onthult welke bijproducten erin zitten. Transparante merken specificeren percentages per orgaan; budgetmerken houden het bij vage verzamelbegrippen.

Dit moet je weten:

  • Dierlijke bijproducten in EU-kattenvoer zijn altijd veilig: alleen categorie 3-materiaal is wettelijk toegestaan (Verordening EG 1069/2009)
  • Zieke dieren en overleden huisdieren komen nooit in kattenvoer: dit is wettelijk uitgesloten via het drie-categorieën-systeem
  • Organen zijn geen afval maar essentieel: hart bevat de hoogste concentratie taurine, lever is een natuurlijke bron van vitamine A, D, B12 en ijzer
  • De term “bijproducten” verhult een enorm kwaliteitsverschil: dezelfde wettelijke term dekt zowel hart en lever als veren en bindweefsel
  • Katten kunnen bètacaroteen niet omzetten naar actieve vitamine A: ze zijn afhankelijk van voorgevormde vitamine A uit dierlijk weefsel
  • De wet reguleert veiligheid, niet voedingskwaliteit: binnen de wettelijke grenzen kiest de fabrikant zelf welke bijproducten hij gebruikt

Dit artikel bevat voedingsinformatie gebaseerd op wetenschappelijke literatuur en Europese wetgeving. Het vervangt geen veterinair advies voor jouw individuele kat.

Inleiding

“Vlees en dierlijke bijproducten.” Je leest het op bijna elke zak kattenvoer, en je hart zinkt een beetje. Bijproducten klinkt als restjes, als afval, als iets waarvan je jouw kat liever zou willen beschermen. Maar klopt dat beeld? In de realiteit zijn veel van de ingrediënten die onder deze term vallen zoals hart, lever, en nieren juist onmisbaar voor jouw kat en bevatten ze meer essentiële voedingsstoffen dan het spiervlees dat wij zelf eten.

Het echte probleem zit niet in de bijproducten zelf, maar in het feit dat de wettelijke term niet onthult welke je kat eigenlijk eet. In dit artikel ontdek je wat dierlijke bijproducten in de EU precies zijn, waarom sommige superfood voor katten zijn en andere waardeloze vulling, en hoe je het verschil herkent aan een etiket.

De grootste angst ontkracht: wat zit er NIET in kattenvoer?

Laat me beginnen met de hardnekkigste mythes. Bezorgde kattenouders stellen me regelmatig deze vragen:

  • “Zitten er overleden huisdieren in kattenvoer?”
  • “Gebruiken fabrikanten zieke dieren?”
  • “Is het kadavermateriaal?”

Het antwoord is in alle drie de gevallen NEE – en dat is wettelijk uitgesloten, niet alleen ethisch of moreel. De Europese Unie heeft sinds de BSE-crisis (gekkekoeienziekte) een van de strengste voedselveiligheidssystemen ter wereld opgebouwd, met een actuele kaderregeling in Verordening (EG) 1069/2009 betreffende dierlijke bijproducten. In België houdt het FAVV toezicht, in Nederland de NVWA. Geen enkel commercieel kattenvoer op de Europese markt mag materiaal bevatten dat buiten de strengste categorie valt.

Hoe dat systeem werkt, zie je in de volgende sectie.

Het drie-categorieën-systeem: jouw veiligheidsgarantie

Alle dierlijke materialen in de EU worden ingedeeld in drie risicocategorieën. Dit systeem is de absolute hoeksteen van voedselveiligheid voor zowel menselijke voeding als diervoeder.

CategorieWat zit erin?Toegelaten in kattenvoer?Wat gebeurt ermee?
Categorie 1 (hoog risico)Dieren met BSE-risico, kadavers van huisdieren, proefdieren, specifiek risicomateriaalNee – strikt verbodenVerplichte verbranding in erkende installatie
Categorie 2 (gemiddeld risico)Mest, darminhoud, dieren die niet in het slachthuis gestorven zijn, vlees met te hoge medicijnresiduenNee – strikt verbodenAlleen toegelaten voor compost, biogas of verbranding
Categorie 3 (laag risico)Delen van gezonde, gekeurde slachtdieren: organen (hart, lever, nieren), botten, koppen, poten, bloed, huidJa – enige toegestane categorieVerwerking tot diervoeder mogelijk

Het cruciale punt: alleen materiaal uit categorie 3 mag in Europees kattenvoer. Dit zijn delen van dieren die na veterinaire keuring geschikt zijn bevonden voor menselijke consumptie, maar om commerciële of culturele redenen niet als zodanig worden gebruikt. In Vlaanderen en Nederland eten wij bijvoorbeeld nauwelijks nog orgaanvlees – in veel andere culturen zijn lever, nieren en hart delicatessen. Deze organen zijn dus geen “afval” omdat ze onveilig zijn, maar omdat wij ze simpelweg niet willen eten.

Waar de wet ophoudt

De FAVV en NVWA controleren streng of fabrikanten zich aan deze regels houden. Veiligheid is dus gegarandeerd. Maar hier stopt de wettelijke bescherming ook. De regelgeving zegt niets over:

  • Welke categorie 3-materialen een fabrikant kiest
  • De verhouding tussen hoogwaardige organen en laagwaardige delen
  • De verteerbaarheid of aminozuurkwaliteit van het gebruikte eiwit
  • De consistentie van samenstelling tussen productiebatches

En daar begint het echte verhaal. Want binnen categorie 3 bestaat een enorm kwaliteitsverschil: van superfood tot waardeloze vulstof.

Waarom organen geen afval zijn maar essentieel voor katten

Om te begrijpen waarom de term “bijproducten” misleidend is, moeten we eerst kijken naar wat een kat van nature eet. In het wild eet een kat geen kipfilet – ze eet een hele prooi. Een muis, een vogel of een konijn wordt grotendeels met huid, haar en organen geconsumeerd. Onderzoek bij verwilderde huiskatten toont dat hun natuurlijke voedingsprofiel bestaat uit 52% eiwit, 46% vet en slechts 2% koolhydraten op energiebasis (Plantinga, Bosch & Hendriks, 2011).

Wat wij “bijproducten” noemen, is dus niet wat een kat afwijst – het is precies wat ze in de natuur eerst zou opeten.

Orgaanvlees versus spiervlees: wat zit er eigenlijk in?

OrgaanBelangrijkste voedingsstoffenWaarom cruciaal voor katten
HartTaurine, CoQ10, ijzer, selenium, B-vitaminesHoogste natuurlijke taurinebron. Tekort veroorzaakt gedilateerde cardiomyopathie en retinale degeneratie (blindheid)
LeverVitamine A, D, B12, foliumzuur, ijzer, koper, zinkEnige betrouwbare bron van voorgevormde vitamine A voor katten
NierenB-vitamines, vitamine A, seleniumBron van nucleotiden en antioxidanten
LongenIJzer, B-vitamines, collageenBron van bindweefsel-eiwitten in lage, gunstige verhouding
Gemalen botCalcium en fosfor in natuurlijke verhoudingEssentiële mineralen in een biologisch herkenbare vorm

Een belangrijke nuance over vitamine A: katten kunnen bètacaroteen uit plantaardige bronnen niet omzetten in actieve vitamine A (retinol) zoals mensen en honden dat wel kunnen. Ze missen de enzymen daarvoor. Dat maakt orgaanvlees – en specifiek lever – geen luxe maar een nutritionele noodzaak. Een kattenvoer zonder gespecificeerde organen mist potentieel essentiële voedingsbronnen, tenzij de fabrikant synthetische vitamine A toevoegt.

Praktisch: als “kippenhart” of “kippenlever” expliciet op het etiket staat met een percentage, is dat geen zwakke plek maar juist een kwaliteitssignaal. Merken die trots zijn op hun orgaaninclusie, benoemen het.

De donkere kant: wanneer “dierlijke bijproducten” wél een probleem zijn

Hier wordt het ingewikkeld. Categorie 3 omvat niet alleen voedzame organen, maar ook materialen met weinig tot geen nutritionele waarde voor katten:

  • Veren, haren, hoeven en hoorns bestaan voornamelijk uit keratine – een eiwit dat katten nauwelijks kunnen verteren. Keratine telt wel mee als “ruw eiwit” in de analytische bestanddelen op het etiket, maar levert in de praktijk weinig bruikbare aminozuren op. Dit is een klassiek voorbeeld van hoog ruweiwitpercentage zonder hoge biologische waarde. Meer over dit onderscheid lees je in ons artikel over verteerbaarheid kattenvoer.
  • Bindweefsel, pezen en huid bevatten vooral collageen. Niet schadelijk, maar minder goed verteerbaar dan eiwit uit organen en spiervlees, en armer aan essentiële aminozuren zoals taurine en methionine.
  • Karkas met veel bot drijft het asgehalte op. Een hoge waarde ruw as (>10% op droogvoer) wijst op dierlijk meel met te veel bot in verhouding tot spier – minder gunstig voor de Ca:P-balans.

Het kwaliteitsspectrum binnen één wettelijke term

Type bijproductVoedingswaarde voor kattenHoe herkenbaar op het etiket?
Hart, lever, nieren, longenZeer hoog – essentiële voedingsstoffenAlleen zichtbaar bij open declaratie: “kippenhart 8%”, “kippenlever 6%”
Spiervlees en karkasHoog – goede eiwit- en vetbron“Kip”, “kippenvlees”, “gedroogd kippeneiwit”
Gemalen botGoed – natuurlijke mineralenbronVaak in “kippenmeel” of “vleesmeel” (afhankelijk van asgehalte)
Bindweefsel, pezen, huidMatig tot laag – beperkt verteerbaarZelden apart vermeld; meestal verborgen in verzameltermen
Veren, haren, hoevenZeer laag – nauwelijks verteerbaarPraktisch nooit apart vermeld; vallen onder “dierlijke bijproducten”

Al deze materialen zijn wettelijk toegestaan. Alle vallen onder categorie 3. Allemaal kunnen ze op het etiket vermeld worden als “vlees en dierlijke bijproducten”. En dát is precies het probleem voor de consument.

Waarom fabrikanten de vaagheid handig vinden

Het gebruik van vage verzameltermen zoals “vlees en dierlijke bijproducten” is voor de fabrikant geen slordigheid maar een commerciële strategie. Het biedt drie voordelen:

  1. Flexibele inkoop. De samenstelling kan per productiebatch variëren afhankelijk van wat op dat moment het goedkoopst beschikbaar is op de grondstoffenmarkt. Deze week overwegend hart en lever, volgende maand vooral bindweefsel – maar het etiket blijft ongewijzigd.
  2. Lagere kostprijs. Laagwaardige delen zoals karkas met veel bot, bindweefsel of verwerkte veren zijn significant goedkoper dan orgaanvlees of spiervlees. Vage formulering maakt het mogelijk om hoofdzakelijk deze delen te gebruiken zonder dat het opvalt.
  3. Geen verplichting tot aanpassing bij reformulatie. Wanneer de samenstelling wijzigt, hoeft het etiket niet per se aangepast te worden zolang de wijziging binnen de bestaande verzameltermen valt.

Voor de consument betekent dit één ding: zonder specificatie weet je niet wat je koopt. Twee producten met identieke etikettekst kunnen nutritioneel wereld van verschil betekenen.

Praktijkvoorbeeld: Whiskas Adult versus Terra Felis Kip

Laat ik het concreet maken met twee natvoeders die je in Vlaamse winkels vaak tegenkomt.

Whiskas Adult (gesloten declaratie)

Whiskas is een van de bekendste supermarktmerken ter wereld. Op het etiket van de Adult-lijn staat typisch:

“Vlees en dierlijke bijproducten (waarvan minimum 4% kip), granen, plantaardige bijproducten, mineralen”

Wat weet je op basis van deze declaratie?

  • Welke diersoorten? Alleen 4% is gegarandeerd kip. De resterende 36% (uitgaande van een typisch natvoer met ongeveer 40% totaal vlees) kan rund, varken, kip, kalkoen of een mengsel zijn – en kan per batch wisselen.
  • Welke delen? Volledig onbekend. Het kan hart en lever zijn, maar evengoed bindweefsel en karkas.
  • Organen vermeld? Nee. Geen enkele orgaanbron wordt benoemd.
  • Welke granen? Onbekend. “Granen” kan tarwe, maïs, rijst of een mix zijn.

Op droge-stofbasis scoort Whiskas Adult 34-45% eiwit en 40-52% vet – voedingstechnisch acceptabel voor de minimumnormen. Maar je weet niet waar dat eiwit vandaan komt, en dus ook niet of het aminozuurprofiel aansluit bij de behoeften van een kat. Voor de volledige analyse: Whiskas kattenvoer review.

Terra Felis Kip (open declaratie)

Op het etiket van Terra Felis Kip staat:

“Kip 57% (kippenhart 19%, kippenmaag 17%, kippenvel 9%, kippenspiervlees 6%, kippenlever 6%), kippenbouillon 40%, courgette 2%, biergist 0,5%, groenten 0,5%, mineralen”

Wat weet je hier?

  • Welke diersoort? Uitsluitend kip.
  • Welke delen? Tot op de gram: hart, maag, vel, spiervlees, lever.
  • Organen vermeld? Ja, prominent. Hart (19%) en lever (6%) samen leveren 25% van het product.
  • Verhouding? Het profiel benadert dat van een prooidier – biologisch optimaal voor obligate carnivoren.

Dit is wat “open declaratie” betekent: de fabrikant specificeert zo gedetailleerd dat je de kwaliteit kan verifiëren en batches kan vergelijken. Voor de volledige analyse: Terra Felis kattenvoer review.

Wat de vergelijking leert

Beide producten zijn wettelijk veilig. Beide voldoen aan FEDIAF-richtlijnen. Beide gebruiken alleen categorie 3-materiaal. Het verschil zit niet in de legaliteit maar in wat er daadwerkelijk in de verpakking komt en hoe transparant de fabrikant daarover is:

AspectWhiskas AdultTerra Felis Kip
DiersoortOnbekend (min. 4% kip)Exclusief kip
Delen vermeldGeenHart, maag, vel, spiervlees, lever
PercentagesGeenTot op elke orgaan
DeclaratietypeGeslotenVolledig open
BatchconsistentieKan variërenGegarandeerd consistent
Prijs per dag€0,88-1,74€2-3

Het prijsverschil weerspiegelt een reëel verschil in grondstoffenkwaliteit en productiemethode. Of dat verschil jouw budget waard is, is een persoonlijke afweging – maar je weet nu precies waarvoor je betaalt. Hoe je zulke etiketten zelf kan beoordelen lees je in ons artikel over kattenvoer etiketten lezen.

Waar kan je onmiddellijk mee starten

  1. Pak de zak kattenvoer uit je voorraadkast en lees hoe de dierlijke ingrediënten beschreven staan. Vage termen als “vlees en dierlijke bijproducten”? Dan weet je dat de samenstelling kan wisselen per batch.
  2. Zoek naar benoemde organen in de top 5. “Kippenhart”, “kippenlever” of “kippenmaag” met een percentage zijn kwaliteitssignalen. Hun afwezigheid is niet per se een probleem, maar hun aanwezigheid is een positief teken.
  3. Controleer de ruw as-waarde in de analytische bestanddelen. Boven 10% bij droogvoer wijst op dierlijk meel met een hoog botgehalte. Onder 8% suggereert vleesrijker meel.
  4. Vraag transparantie aan de fabrikant. Een e-mail met de concrete vraag “welke delen van de kip zijn gebruikt in jullie product?” is een test. Snel, concreet antwoord wijst op transparantie; een “bedrijfsgeheim”-antwoord spreekt voor zichzelf.
  5. Vergelijk niet alleen op prijs maar op dagprijs én samenstelling. Een voer van €25 per kilo met 57% gespecificeerde kip en 25% organen kan kosten-effectiever zijn dan een voer van €8 per kilo met 4% niet-gespecificeerde kip – vooral als je kat minder eet omdat het voer voedzamer is.

Veel gestelde vragen over dierlijke bijproducten in kattenvoer

Zijn dierlijke bijproducten in kattenvoer slecht?

Nee, niet per definitie. Dierlijke bijproducten is een wettelijke verzamelterm voor alle dierlijke weefsels die niet als spiervlees voor menselijke consumptie verkocht worden. Binnen die term vallen zowel voedzame organen (hart, lever, nieren) als laagwaardige delen (bindweefsel, veren, hoeven). Alle bijproducten in Europees kattenvoer vallen onder categorie 3 van Verordening 1069/2009, wat betekent dat ze afkomstig zijn van gezonde, gekeurde dieren en veilig zijn voor consumptie. Het probleem is niet de veiligheid maar de transparantie: zonder specificatie van welke bijproducten erin zitten, kan je de nutritionele waarde niet beoordelen.

Wat is het verschil tussen “vlees” en “dierlijke bijproducten”?

Juridisch gezien is “vlees” in de EU-diervoederwetgeving gedefinieerd als spiervlees inclusief aanhangend vet en bindweefsel. “Dierlijke bijproducten” is een verzamelterm voor alle andere dierlijke weefsels: organen (hart, lever, nieren), botten, huid, bloed, koppen en poten. Nutritioneel gezien zijn sommige bijproducten zoals orgaanvlees voedzamer dan spiervlees – lever bevat bijvoorbeeld veel hogere concentraties vitamine A, B12 en ijzer. Het onderscheid “vlees vs bijproducten” zegt dus weinig over kwaliteit; de specifieke delen die gebruikt worden doen dat wel.

Kunnen overleden huisdieren of zieke dieren in kattenvoer terechtkomen?

Nee, dit is wettelijk uitgesloten. Kadavers van huisdieren vallen onder categorie 1 van Verordening 1069/2009 en moeten verplicht verbrand worden in erkende installaties. Zieke dieren en dieren die niet in een slachthuis gestorven zijn, vallen onder categorie 1 of 2 – beide strikt verboden in diervoeder. Alleen materiaal van gezonde, door een dierenarts gekeurde slachtdieren (categorie 3) mag worden verwerkt in kattenvoer. In België controleert het FAVV deze naleving; in Nederland doet de NVWA dat. Deze angst is dus historisch begrijpelijk (ontstaan rond de BSE-crisis) maar in de huidige Europese praktijk onterecht.

Waarom zijn organen zo belangrijk voor katten?

Katten zijn obligate carnivoren met specifieke nutritionele behoeften die vooral door orgaanweefsel gedekt worden. Hart bevat de hoogste natuurlijke concentratie taurine – een aminozuur dat katten niet zelf kunnen aanmaken en dat essentieel is voor hart- en oogfunctie. Lever is de enige betrouwbare bron van voorgevormde vitamine A (retinol); katten kunnen bètacaroteen uit plantaardige bronnen niet omzetten in actieve vitamine A. Nieren leveren selenium en B-vitamines in biologisch herkenbare vorm. In de natuur zou een kat een hele prooi eten inclusief deze organen. Een kattenvoer zonder orgaaninclusie mist deze natuurlijke bronnen en moet ze compenseren met synthetische supplementen.

Hoe weet ik of een kattenvoer voedzame of laagwaardige dierlijke bijproducten bevat?

Je herkent het aan het type declaratie. Een open declaratie specificeert elk ingrediënt met diersoort, onderdeel en percentage: bijvoorbeeld “kippenhart 19%, kippenlever 6%, kippenmaag 17%”. Een gesloten declaratie houdt het bij verzameltermen zoals “vlees en dierlijke bijproducten”. Merken die voedzame organen gebruiken, benoemen die vrijwel altijd expliciet omdat ze er een verkoopargument van kunnen maken. Merken die laagwaardige bijproducten gebruiken, houden het doorgaans vaag. De afwezigheid van benoemde organen is dus vaak een signaal op zich. Een aanvullende indicator is de ruw as-waarde in de analytische bestanddelen: hoge as (>10% in droogvoer) wijst op meer bot en karkas, lagere as op vleesrijker meel.

Wanneer moet ik mijn dierenarts raadplegen over de voeding van mijn kat?

Raadpleeg je dierenarts wanneer je kat langer dan twee weken afwijkende ontlasting heeft, bij onverklaard gewichtsverlies of -toename, bij aanhoudende jeuk of huidproblemen die mogelijk voedingsgerelateerd zijn, of wanneer je specifieke aandoeningen (nierproblematiek, diabetes, voedselintoleranties) vermoedt. Bij kittens en senioren ligt de drempel lager – hun voedingsbehoefte is kritischer en reacties op ongeschikt voer kunnen sneller escaleren. Voor algemeen voedingsadvies zonder medische context kan een gecertificeerd kattenvoedingsadviseur ook uitkomst bieden. In onze regio werken we samen met Dierenartsenpraktijk Belpet (Geel) en Dierenkliniek Orion (Herentals) voor veterinaire evaluaties.

Bronnen

  1. Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten – Het wettelijk kader voor het drie-categorieën-systeem dat bepaalt welk dierlijk materiaal in EU-diervoeder mag. → https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009R1069
  2. Verordening (EG) nr. 767/2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders – Europese wetgeving voor etiketteringseisen en claims op diervoederverpakkingen (waaronder de “4%-regel”). → https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32009R0767
  3. FAVV – Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen – Belgische toezichthouder die naleving van EU-diervoederwetgeving controleert. → https://www.favv-afsca.be/
  4. NVWA – Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit – Nederlandse toezichthouder voor diervoederveiligheid. → https://www.nvwa.nl/
  5. FEDIAF Nutritional Guidelines for Complete and Complementary Pet Food for Cats and Dogs – De Europese referentie voor voedingsnormen, inclusief aminozuren en vitaminen. → https://europeanpetfood.org/self-regulation/nutritional-guidelines/
  6. Morris JG (2002). Idiosyncratic nutrient requirements of cats appear to be diet-induced evolutionary adaptations. Nutrition Research Reviews 15(1):153-168. Waarom katten voorgevormde vitamine A en taurine uit dierlijk weefsel essentieel nodig hebben. → https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19087402/
  7. Plantinga EA, Bosch G, Hendriks WH (2011). Estimation of the dietary nutrient profile of free-roaming feral cats: possible implications for nutrition of domestic cats. British Journal of Nutrition 106 Suppl 1:S35-48. Onderzoek naar het natuurlijke voedingsprofiel van verwilderde katten (52% eiwit, 46% vet, 2% koolhydraten op energiebasis). → https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22005434/
  8. MacDonald ML, Rogers QR, Morris JG (1984). Nutrition of the domestic cat, a mammalian carnivore. Annual Review of Nutrition 4:521-562. Klassieke review over de unieke nutritionele eigenheden van de kat. → https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/6380542/
  9. Faculteit Diergeneeskunde UGent – Kliniek Kleine Huisdieren – Belgische veterinaire expertise op vlak van voeding en kleine huisdieren. → https://www.ugent.be/di/nl

Conclusie

Dierlijke bijproducten zijn niet het probleem – gebrek aan transparantie over welke bijproducten gebruikt worden, is dat wel. Binnen dezelfde wettelijke term vallen zowel de meest voedzame organen die een kat van nature nodig heeft, als laagwaardige delen met nauwelijks bruikbare aminozuren.

De wet garandeert veiligheid, maar niet nutritionele waarde. Merken die kiezen voor open declaratie met exacte percentages geven je de informatie om zelf te kiezen; merken die vasthouden aan vage verzameltermen vragen om blind vertrouwen. Gelukkig kan je dat verschil zelf beoordelen zodra je weet waar je op moet letten.

Onze aanbeveling

Kies voor kattenvoer dat transparant is over élk ingrediënt

Bij Lucky Cookie vind je alleen kattenvoer met open declaratie: elke verpakking specificeert welke diersoort, welke delen en welk percentage. Geen vage “bijproducten”, maar benoemde organen zoals hart en lever – de voedingsstoffen die een kat biologisch nodig heeft. 10% van onze omzet gaat naar kattenwelzijn via VZW Missie Miauw.

Bekijk ons kattenvoerassortimentGratis voedingsadvies aanvragen

Lees ook