“Vlees en dierlijke bijproducten.” Je leest het op bijna elke zak kattenvoer, en je hart zinkt een beetje. Dierlijke bijproducten – dat klinkt als restjes, als afval, als iets dat je jouw geliefde kat eigenlijk niet zou willen voeren. Maar klopt dat beeld?
Veel kattenouders schrikken van de benaming dierlijke bijproducten. Maar wist je dat hart en lever – beide officieel “bijproducten” – juist onmisbaar zijn voor je kat? Dat deze organen méér essentiële voedingsstoffen bevatten dan het mooie stukje kipfilet dat wij zo graag eten?
Het probleem zit niet in de bijproducten zelf. Het probleem zit in wat fabrikanten ermee doen – en vooral in wat ze je niet vertellen.
In dit eerste deel van onze driedelige Kattenvoeding advies reeks duiken we in de wetgeving achter dierlijke bijproducten. We ontdekken wat mag erin, wat absoluut niet mag, en waarom “wettelijk veilig” nog niet hetzelfde is als “optimaal gezond”. Want ja, alle bijproducten in Europees kattenvoer zijn veilig. Maar niet alle bijproducten zijn even voedzaam.
Inhoudsopgave
Klaar om de waarheid te ontdekken? Laten we beginnen bij het begin: de wet.
Dit moet je weten
- Dierlijke bijproducten zijn wettelijk veilig: Alles wat in kattenvoer mag, voldoet aan strikte EU-wetgeving (Verordening EG 1069/2009)
- Overleden of zieke huisdieren komen NOOIT in kattenvoer: Dit is wettelijk onmogelijk – de ergste angsten zijn ongegrond
- Alleen “Categorie 3”-materiaal is toegestaan: Dit zijn delen van gezonde dieren die goedgekeurd zijn voor menselijke consumptie
- Organen zijn geen “afval” maar essentieel: Hart, lever en nieren bevatten meer voedingsstoffen dan spiervlees
- De wet reguleert veiligheid, niet kwaliteit: Binnen de wettelijke grenzen bestaat een enorm verschil in voedingswaarde
De grootste angst ontkracht: wat zit er niet in kattenvoer?
Laten we direct beginnen met het ontkrachten van de hardnekkigste mythes. Ik hoor deze angsten regelmatig van bezorgde kattenouders:
❌ “Zitten daar overleden huisdieren in?”
❌ “Gebruiken ze zieke dieren?”
❌ “Is het gevaarlijk materiaal van kadavers?”
Het korte antwoord: Nee, nee, en nee. Dit is wettelijk onmogelijk.
De Europese Unie heeft na de BSE-crisis (gekkekoeienziekte) in de jaren ’90 een van de strengste voedselveiligheidssystemen ter wereld opgezet. En dat geldt ook voor diervoeder. Nederland en België hebben met de NVWA en het FAVV autoriteiten die hier streng op toezien.
Maar hoe werkt dat systeem precies?
Het drie categorieën systeem: jouw veiligheidsgarantie
Alle dierlijke materialen – elk stukje weefsel van elk geslacht dier – worden in Europa ingedeeld in drie categorieën op basis van risico. Dit systeem is de absolute hoeksteen van voedselveiligheid.
De drie categorieën uitgelegd:
| Categorie | Wat zit er in? | Mag dit in kattenvoer? | Wat gebeurt ermee? |
| Categorie 1 (Hoog Risico) | Dieren met BSE-risico, kadavers van huisdieren, proefdieren, gevaarlijk materiaal | NEE – Strikt verboden | Moet verbrand worden in erkende installatie |
| Categorie 2 (Midden Risico) | Mest, darminhoud, dieren die niet in slachthuis gestorven zijn, vlees met te hoge medicijnresiduen | NEE – Strikt verboden | Mag alleen voor compost, biogas of verbranding |
| Categorie 3 (Laag Risico) | Delen van gezonde, goedgekeurde slachtdieren: organen (hart, lever, nieren), botten, koppen, poten, bloed | JA – Enige toegestane categorie | Verwerking tot diervoeder mogelijk |
Het cruciale punt: Alleen materiaal van Categorie 3 mag in kattenvoer. Dit zijn delen van dieren die na veterinaire inspectie zijn goedgekeurd voor menselijke consumptie, maar om commerciële of culturele redenen niet als zodanig worden gebruikt.
In Nederland eten wij bijvoorbeeld nauwelijks orgaanvlees. Maar in veel andere culturen zijn lever, nieren en hart delicatessen. Deze organen zijn dus niet “afval” omdat ze ongeschikt zijn, maar omdat wij ze niet willen eten.
Waar de wet ophoudt
De Belgische FAVV en het Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleren streng of fabrikanten zich aan deze regels houden. Veiligheid is dus gegarandeerd. Maar hier stopt de wet.
De wet zegt niets over:
- Welke Categorie 3-materialen een fabrikant kiest
- De verhouding tussen hoogwaardige organen en laagwaardige delen
- De verteerbaarheid of biologische waarde van het eiwit
- De consistentie tussen verschillende productierondes
En dat is precies waar het probleem zit. Binnen het wettelijk veilige Categorie 3-materiaal bestaat een enorm kwaliteitsverschil – van superfood tot waardeloze vulstof.
De nutritionele waarheid: waarom jouw kat geen kip zonder kop wil
Om te begrijpen waarom specificatie zo belangrijk is, moeten we eerst begrijpen wat een kat werkelijk nodig heeft.
Jouw kat is een muizeneter (en dat is geen belediging)
Katten zijn obligate carnivoren. In de natuur eet een kat een muis niet zoals wij een kip eten. Ze plukt er niet selectief het “beste” vlees af. Nee, ze eet het hele beest:
- Het spiervlees
- Het hart, de lever, de nieren, de longen
- De botjes
- Het vel
- Zelfs de maaginhoud (met half verteerde plantjes)
En dat hele pakket is precies wat haar lichaam nodig heeft. Elk onderdeel levert unieke voedingsstoffen.
De verborgen schatten: waarom organen superieur zijn
Hier komt de grote paradox: de delen die wij “dierlijke bijproducten” noemen, zijn vaak voedzamer dan het spiervlees dat wij zo waarderen.
| Orgaan | Waarom het zo goed is voor een kat | Wat gebeurt er bij tekort? |
| Hart | Rijkste bron van taurine (essentieel aminozuur dat katten niet zelf maken); hoog in ijzer, selenium, B-vitaminen | Hartfalen (gedilateerde cardiomyopathie), blindheid (retinale degeneratie) |
| Lever | Extreem geconcentreerde vitamine A, D, B12, foliumzuur, ijzer, koper, zink | Groeivertraging, immuunproblemen, oogproblemen, bloedarmoede |
| Nieren | Rijk aan B-vitaminen en vitamine A | Algehele verzwakking, huidproblemen |
| Longen | Goede bron van ijzer en B-vitaminen | Vermoeidheid, zwak immuunsysteem |
| Botten (gemalen) | Calcium en fosfor in perfecte natuurlijke verhouding (Ca/P) | Zwakke botten, gebitsproblemen, groeistoornissen bij kittens |
Katten kunnen plantaardige vitamine A (bètacaroteen) niet omzetten in de actieve vorm. Ze zijn dus volledig afhankelijk van orgaanvlees. Een kattenvoer zonder gespecificeerde organen mist potentieel essentiële voedingsbronnen.
De donkere kant: wanneer “dierlijke bijproducten” wel een probleem zijn
Maar Categorie 3 omvat ook materialen met weinig tot geen voedingswaarde:
Veren, haren, hoeven en hoorns: Deze bestaan voornamelijk uit keratine, een eiwit dat katten nauwelijks kunnen verteren. Het heeft een zeer lage “biologische waarde” – het telt wel mee als “ruw eiwit” op het etiket, maar levert nauwelijks bruikbare aminozuren.
Bindweefsel, pezen en huiden: Deze bevatten vooral collageen, dat minder goed verteerbaar is dan het eiwit uit organen en spiervlees.
Het Kwaliteitsspectrum
| Type bijproduct | Voedingswaarde | Hoe herken je het op het etiket? |
| Hart, lever, nieren, longen | Uitzonderlijk hoog – Essentiële voedingsstoffen die je kat nodig heeft | Transparante merken specificeren: “gedroogd kippenhart 8%, gedroogde kip |
| Spiervlees, karkassen | Hoog – Goede eiwitbron met aminozuren | “Kippenvlees”, “gedroogd kippeneiwit” |
| Botten (gemalen) | Goed – Mineralen in natuurlijke vorm | “Botmeel”, “kippenmeel” (bevat vaak bot) |
| Bindweefsel, pezen | Matig tot laag – Minder verteerbaar | Vaak verborgen in vage termen |
| Veren, haren, hoeven | Zeer laag tot nutteloos – Nauwelijks verteerbaar | Bijna nooit apart vermeld; verstopt achter “dierlijke bijproducten” |
Allemaal Categorie 3. Allemaal veilig. Allemaal kunnen ze onder de term “dierlijke bijproducten” op het etiket vermeld worden.
En dát is het probleem.
Het probleem voor de consument: de onzichtbare keuze
Als fabrikant heb je een keuze binnen Categorie 3. Je kunt kiezen voor:
Optie A: Hoogwaardige bijproducten
- Gebruik hart, lever, nieren
- Mix met spiervlees en gemalen bot
- Creëer een biologisch passend, voedzaam product
- Investeer in consistente aanvoer van deze materialen
- Resultaat: Duurder, maar voedzamer
Optie B: Kostenoptimalisatie
- Gebruik wat op dat moment het goedkoopst is
- Bindweefsel, poten, mogelijk verwerkte veren
- Vul aan met granen om het eiwitpercentage op te krikken
- Flexibele samenstelling per productiebatch
- Resultaat: Goedkoper, maar minder voedzaam
Beide zijn legaal. Beide zijn veilig. Beide kunnen op het etiket staan als “vlees en dierlijke bijproducten”.
En de consument? Die ziet het verschil niet. Niet op het eerste gezicht tenminste.
De cruciale vraag die de wet niet beantwoordt
Na al deze informatie komen we bij de kernvraag die de wet openbaar:
“Is dit ingrediënt veilig?” → Antwoord van de wet: Ja, altijd. (Categorie 3 is gegarandeerd veilig)
“Is dit ingrediënt voedzaam?” → Antwoord van de wet: 🤷 Geen idee. Dat laten we aan de fabrikant over.
En daar begint het échte probleem. Want zonder transparantie van de fabrikant, zonder specificatie van welke bijproducten ze gebruiken, heb je als consument simpelweg geen idee wat je koopt.
Wat je nu weet (en wat de meeste kattenouders niet weten)
Laten we samenvatten wat we in dit eerste deel hebben ontdekt:
✅ Dierlijke bijproducten in kattenvoer zijn altijd veilig – het driecategorieënsysteem garandeert dat alleen materiaal van gezonde, goedgekeurde dieren wordt gebruikt
✅ De term “bijproduct” zegt niets over kwaliteit – het betekent alleen dat wij het cultureel niet eten, niet dat het inferieur is
✅ Sommige bijproducten zijn essentieel voor katten – hart, lever en andere organen bevatten voedingsstoffen die katten niet uit plantaardig voedsel kunnen halen
✅ Binnen Categorie 3 bestaat een enorm kwaliteitsverschil – van superfood (hart, lever) tot waardeloze vulstof (veren, hoeven)
✅ De wet reguleert veiligheid, maar niet nutritionele kwaliteit – fabrikanten mogen zelf kiezen welke Categorie 3-materialen ze gebruiken
De Kernboodschap
Dierlijke bijproducten zijn niet het probleem. Het gebrek aan transparantie over wélke bijproducten is het probleem.
In het volgende deel gaan we van theorie naar praktijk. We nemen etiketten onder de loep en leren hoe je het verschil kunt zien tussen een product vol hoogwaardige organen en een product vol goedkope vulstoffen.
Want ja, het verschil is zichtbaar – als je weet waar je op moet letten.
Lees verder: Deel 2 – Kattenvoer etiketten lezen als een Pro
In het tweede deel van deze Kattenvoeding advies reeks ontdek je:
- De 60 sec checklist
- Het verschil tussen gesloten en open declaratie
- Praktische tabellen om kwaliteit te herkennen
→ Ga naar Deel 2: Kattenvoer etiketten lezen als een Pro

